Uitgevloerd
Mensenkinderen wat ben ik moe. Ik voel me totaal op, uitgevloerd, leeg. Ik heb net de hele run kinderen uit school en naar tennis en judo, eten, honden uitlaten, wassen, strijken, voorlezen weer achter de rug. Bovendien heb ik slecht geslapen. Ik droom steeds. Het gekke is dat het veel moeite kost de droom te herinneren of erover te schrijven. Als ik ‘s nachts wakker wordt en geslaapwandeld heb dan weet ik vaak wel dat ik weer diezelfde droom gehad heb. Hoewel nu ik erover nadenk bedenk ik me dat het eigenlijk verschillende dromen zijn. Misschien houdt het wel op als ik het opschrijf. Ze zeggen dat het goed is om dingen van je af te schrijven.
Vannacht werd ik opnieuw wakker in de badkamer. Ik was daar in het badkamerkastje ijverig op zoek naar medicijnen. Het heeft maanden geduurd voor ik me bewust was waarom ik ging lopen, slaapwandelen. Mijn droom ging als volgt. Ik droom altijd dat het nacht is en dat ik in bed lig. Tot zover niets bijzonders want het is nog een feitelijkheid ook. Vroeger droomde ik altijd dat ik de verantwoording over een kinderkamp vol kinderen had die altijd om me heen in tenten of slaapzalen aan het slapen waren. Die kinderen waren afhankelijk van mij alleen en er gebeurde iets waardoor ik niet voor ze kon zorgen. Iets kon van alles zijn bijvoorbeeld ik was opgesloten in een kamer in een kasteel of ik kon me niet meer bewegen of ik had ze alleen gelaten. Altijd was ik op dat punt in mijn droom alleen en moest ik zelf de oplossing zoeken. Dat hoefde gelukkig niet echt want meestal werd ik dan in paniek wakker. Ook toen slaapwandelde ik veel.
Nu is het anders. zoals gezegd ik lig in mijn bed en het is nacht. Ik ben alleen. Dan word ik wakker (in mijn droom) en realiseer me dat ik dood ga.
Dood. Iedere nacht ga ik dood. Ik weet intussen dat het gebeurd voor ik ga slapen. Toch belet het me niet om in te slapen. In de ochtend word ik gewoon wakker in het besef dat ik ’s nachts opnieuw dood gegaan ben. De angst ’s nachts is niet te beschrijven. Meestal ga ik op zoek naar medicijnen, vaak zuurstof omdat ik stik. Paniek. In een slaapdronken toestand word ik vervolgens wakker in de badkamer. Soms realiseer ik me dat ik wakker ben. Soms schud ik mijn hoofd over zoveel vergeetachtigheid dat ik niet weet waar mijn medicijnen liggen. Op een of andere manier raakt het me dan toch niet dat ik dood ga. Zoiets van:’Ik ga dood, nou ja dat zie ik morgen dan wel weer’. Half slapend tol ik dan mijn bed weer in.
Het gekke is dat ik geen medicijnen gebruik.
